Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Mijn getuigenis

Op 12 oktober 2025 heb ik mijn getuigenis voorgelezen in de kerk. In deze dienst heb ik mijn belijdenis opnieuw gedaan, mijn doop vernieuwd en heb ik de pelgrimszegen ontvangen. De tekst van deze getuigenis kun je hieronder lezen.

Maar wat betekent dit?

Broeders en zusters,

Vandaag is voor mij een bijzondere dag. Een dag waarop ik opnieuw mag uitspreken dat ik mijn leven in de handen leg van Jezus Christus, mijn Heiland, mijn Redder, mijn Verlosser. Een dag waarop u mij als gemeente zegent en uitzendt, niet om mijzelf te verheerlijken, maar om God te dienen. Om een pelgrimstocht te maken die begint hier, in ons midden, en die verder gaat langs wegen die ik nog niet ken, tot in Santiago de Compostela. Maar ik wil u meteen zeggen: deze weg gaat niet alleen over mij. Het gaat over ons allemaal, niet perse ons als gemeente, maar als ik ons zeg, bedoel ik ons als Christenen. Want ieder van ons staat op een pelgrimsweg, ieder van ons wordt geroepen.

Maar voordat ik begin wil ik zeggen, ik ben geen predikant. Ik sta hier als broeder in Christus. Ik mag deze getuigenis delen. De dominee heeft mijn woorden gelezen, om te zien of het klopt met de Schrift. Maar de toon, de stem, de inhoud, dat is van mijzelf. Dit komt uit mijn hart.

En ik zeg dit niet om mezelf te verheffen, maar omdat ik voel dat dit mijn roeping is. Straks begin ik aan mijn pelgrimsreis. Ik zal letterlijk de weg opgaan, richting Santiago de Compostela. Maar die reis gaat niet om kilometers of landschappen. Het gaat om getuigenis. Het gaat om gesprekken met mensen onderweg: gelovig en ongelovig, zoekend en twijfelend, rijk en arm, jong en oud, mensen uit alle paden van het leven. Ik wil spreken over Jezus. Niet omdat ik alles weet, want broeders en zusters, dat weet ik niet! Maar omdat ik wél weet dát Jezus leeft, dat Zijn Woord waarheid is en dat Zijn Geest werkt. En dat is genoeg om mee te beginnen.

En dat geldt niet alleen voor mij. Het geldt voor ons allemaal. U hoeft niet alles te weten om te spreken over Jezus. Het eerlijkste antwoord dat u soms kunt geven is: “Ik weet het niet.” Niet met een gevorkte tong spreken, geen mooie praatjes, maar waarheid. En ik wil u ook waarschuwen: geloof mij niet zomaar. Toets alles wat ik zeg aan de Bijbel. Zoals de Bereeërs deden, die dagelijks de Schriften onderzochten om te zien of het waar was wat Paulus zei. Want er zijn valse profeten, mensen die waarheid claimen maar leugen spreken. En ook onderweg zal ik zulke stemmen tegenkomen. Daarom zeg ik: neem mijn woorden niet klakkeloos aan, maar toets ze aan Gods Woord. Als iets niet klopt, spreek mij erop aan. Want samen leren wij, samen zoeken wij, samen volgen wij Christus.

Vandaag wil ik met u nadenken over drie gedeelten uit de Bijbel: uit Jesaja, uit Mattheüs en uit Efeziërs. En steeds stel ik dezelfde vraag: maar wat betekent dit?

In Jesaja 6:8 horen we de stem van God: “Wie zal Ik zenden, wie zal er voor Ons gaan?” En Jesaja antwoordt: “Hier ben ik, zend mij.” Prachtige woorden. Maar laten we goed kijken naar de context. Jesaja zag de Heer op Zijn troon, verheven en heilig. De serafs riepen: “Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten.” De drempels beefden, de tempel vulde zich met rook. Jesaja schrok en riep: “Wee mij, ik verga! Want ik ben een man van onreine lippen.” Hij voelde zich totaal onwaardig. Maar een seraf vloog naar hem toe, met een gloeiende kool van het altaar, raakte zijn lippen aan en zei: “Uw schuld is weggenomen, uw zonde verzoend.” Dáárna pas kon Jesaja zeggen: “Hier ben ik, zend mij.”

Dit vers heeft kracht ver buiten de muren van de kerk. Zelfs in Hollywood klinkt het door. In de film Fury, over een groep soldaten in de Tweede Wereldoorlog, zitten de mannen uitgeput in hun tank, omringd door rook, modder en strijd. Eén van hen, de man die ze “Bible” noemen, spreekt dan onverwacht de woorden van Jesaja 6 vers 8 uit. Niet van papier, maar uit zijn hoofd: “Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons gaan?”

En dan antwoordt hij emotioneel, maar met overtuiging: “Hier ben ik, zend mij.”

Midden in de chaos, te midden van angst en geweld, klinkt dat ene zinnetje niet als een citaat, maar als een getuigenis. Een keuze. Een roep van trouw, juist in de duisternis. En zo zien we dat de woorden van Jesaja niet vergrijsd of vergeten zijn, maar nog altijd leven een roep die ook vandaag weerklinkt, voor ieder van ons.

En ik vraag: wat betekent dit voor ons, in Nederland, anno 2025?

Als ik om mij heen kijk, zie ik dat de zon langzaam ondergaat. Het licht van het geloof dooft uit. Niet met één klap, maar langzaam, geruisloos. Kerken lopen leeg. Jongeren verlaten het geloof. Waar ooit de lofzang klonk, heerst stilte. Het is alsof Nederland in slaap valt. Zoals de zon ondergaat en de nacht begint, zo valt ook de kerk in slaap.

En wij? Wij slapen vaak mee. Zoals de discipelen in Getsemane. Jezus vroeg hun te waken en te bidden, maar toen Hij terugkwam, sliepen ze. En Hij zei: “De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.” (Matteüs 26:41).

Stel u dat moment eens voor: Jezus, vol angst en zweetdruppels als bloed, worstelend in gebed. En Zijn vrienden, de mensen die Hij liefhad, die Hem volgden, liggen te slapen. Hoe pijnlijk moet dat geweest zijn. En zou het vandaag anders zijn? Zouden wij wél wakker gebleven zijn? Of zouden wij ook, net als zij, bezweken zijn voor moeheid en gemak?

Broeders en zusters, is dat niet precies ons probleem? Onze geest wil misschien wel, maar ons vlees kiest voor gemak. Voor de korte vreugde in plaats van de lange trouw. Voor comfort in plaats van volharding. En zo slapen wij, terwijl de nacht valt.

Ik herken dit in mijn eigen leven. Ik heb gezondigd. Jarenlang leefde ik zonder God. Ik had Hem weggeduwd. En wat bracht het mij? Geen vrijheid, geen vreugde. Het bracht leegte. Eenzaamheid. Duistere gedachten. Overmatig alcoholgebruik. Te veel wiet. Ik dacht dat ik vrij was, maar ik was gebonden. Totdat ik Jezus opnieuw in mijn leven toeliet. Door gesprekken met vrienden, gelovig en ongelovig, begon ik te merken: Jezus spreekt. Hij zei tegen mij: dit moet anders. Dit kán anders. En toen zette ik een nieuwe stap. Het gaf mij helderheid, richting, hoop. En nu ga ik letterlijk op weg, als pelgrim, omdat ik geloof dat Hij mij roept.

Daarom klinken de woorden van Jezus uit Matteüs 5: “U bent het zout van de aarde. U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.” (Matteüs 5:13-14). Let wel: Jezus zegt niet dat wij zout zouden moeten worden, of licht zouden moeten worden. Nee, Hij zegt: u bént het. Dat is onze identiteit in Hem. Zout dat smaak geeft en bederf tegenhoudt. Licht dat de duisternis verdrijft.

Maar Jezus waarschuwt ook: als het zout smakeloos wordt, is het nergens meer goed voor. En als het licht onder een emmer verstopt wordt, blijft het donker. En ik vraag u: hoe staat het met ons zout? Hoe staat het met ons licht? Is ons geloof nog zichtbaar? Of zijn wij stil, onzichtbaar, smakeloos geworden?

Maar Jezus zegt: “Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader in de hemel verheerlijken.” (Matteüs 5:16). Broeders en zusters, dit is onze roeping. Niet dat wij de eer krijgen, maar dat God verheerlijkt wordt. En daarom vraag ik u opnieuw: maar wat betekent dit?

Het betekent dat wij zichtbaar moeten zijn. Dat ons geloof niet onder een emmer mag worden gestopt. Dat ons leven moet uitstralen: Christus leeft.

En dat is ook wat ik onderweg wil doen. Als pelgrim zichtbaar zijn. Een gesprek beginnen. Een kaarsje aansteken. Een glimlach geven. Een hand uitsteken. Kleine dingen die licht brengen. Maar dat geldt niet alleen voor mij. Ook u bent geroepen om zout en licht te zijn, hier in Nederland, in uw gezin, op uw werk, in uw straat.

Maar hoe houden we stand? Hoe kunnen we licht zijn in een wereld die ons uitlacht, die ons bespot, die ons aanvalt? Paulus geeft antwoord in Efeziërs 6: “Trek de wapenrusting van God aan, zodat u stand kunt houden tegen de listen van de duivel.” Want onze strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten van de duisternis.

Stel u voor: ik sta op het punt om te vertrekken. Ik kan niet zomaar de deur uitlopen. Ik moet mij aankleden. Mijn schoenen aan, mijn tas om, mijn stok in de hand. Zonder voorbereiding houd ik het niet vol. Zo is het ook geestelijk. Zonder Gods wapenrusting hou ik het niet vol.

De gordel van waarheid – omdat in een wereld vol leugens alleen Gods waarheid ons bijeen kan houden.
Het borstharnas van gerechtigheid – want gerechtigheid beschermt ons hart, en zonder rechtvaardig leven raken wij gewond.
De schoenen van bereidheid van het evangelie van de vrede – want wij zijn geen soldaten die oorlog voeren met wapens, maar boodschappers die vrede brengen, en onze voeten moeten bereid zijn om te gaan, te spreken, te getuigen.
Het schild van geloof – want met geloof doven wij de vurige pijlen van twijfel, angst en verleiding.
De helm van redding – want onze gedachten, onze zekerheid, ons verstand moeten beschermd zijn door de wetenschap dat wij gered zijn in Christus.
En ten slotte het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God – het enige wapen waarmee wij niet alleen verdedigen, maar ook aanvallen, waarmee wij leugen door waarheid kunnen doorsteken.

Broeders en zusters, dit is de uitrusting die God ons geeft. Maar ik vraag u eerlijk: dragen wij dit harnas? Of laten wij het in de kast liggen terwijl de vijand voor de poort staat? Want Paulus zegt: wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis.

En ik vraag opnieuw: maar wat betekent dit? Het betekent dat wij ons harnas aan moeten trekken. Elke dag opnieuw.

En misschien denkt u: maar wat kunnen wij nou? Wij zijn zo klein. Onze gemeente is maar een rest. Wat stellen wij voor in een samenleving die God vergeet?

Maar luister dan naar Jesaja 60 vers 22: “De kleinste zal tot een groot geslacht worden, de geringste tot een machtig volk. Ik, de HEERE, zal dit volbrengen, zodra de tijd gekomen is.” God maakt groot wat klein lijkt. Hij maakt sterk wat zwak is.

Jesaja 60 spreekt tot een volk dat terugkwam uit ballingschap. Klein, ontmoedigd, zonder kracht. Maar God beloofde: Ik maak de kleinste groot, Ik maak de zwakste sterk. Dat is onze hoop. Dat is onze belofte.

En daarom, broeders en zusters, is mijn reis niet alleen mijn weg. Het is een spiegel voor ons allemaal. Want wij zijn allemaal pelgrims. Wij zijn onderweg naar de stad van God. En God vraagt aan ons allen: wie zal Ik zenden? En het antwoord moet klinken, niet alleen uit mijn mond, maar uit de onze: hier ben ik, zend mij.

Daarom voel ik de oproep en wellicht voelt u die ook: sta op uit de slaap. Wees opnieuw geboren in de Geest. Wees zout in een flauwe wereld. Wees licht in de duisternis. Trek de wapenrusting van God aan en blijf staande. Want de zon gaat onder, maar de dag van Christus komt.

En dus stel ik mezelf nogmaals die vraag die alles samenvat: maar wat betekent dit? Het betekent dat ik niet langer kan wachten. Niet langer kan zwijgen. Niet langer passief kan toekijken. Het betekent dat ik vandaag mag zeggen: hier ben ik, zend mij.

Amen.

1 Comment

  • A WordPress Commenter
    Posted 10 februari 2026 at 15:41

    Hi, this is a comment.
    To get started with moderating, editing, and deleting comments, please visit the Comments screen in the dashboard.
    Commenter avatars come from Gravatar.

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter aan A WordPress Commenter Reactie annuleren