De derde week van mijn pelgrimstocht zit erop. Terwijl ik dit schrijf zit ik in een hotel in Gorinchem, of Gorkum zoals de locals zeggen. Tijd om even terug te kijken op de afgelopen dagen. Waar heb ik gelopen, wat heb ik gezien en wat gebeurde er onderweg?
Deze week liep ik van Amersfoort naar Gorinchem. Onderweg kwam ik onder andere door Soesterberg, Zeist, Bunnik, Vianen en Leerdam. Het landschap veranderde onderweg langzaam. De week begon nog in een vrij groene en bosrijke omgeving, maar naarmate ik verder naar het zuiden liep werd het landschap steeds opener. Meer weilanden, polders, boerderijen en water.

Van Soesterberg tot bezoek van familie
De eerste dagen van de week brachten mij door de omgeving van Soesterberg. Een prachtig gebied met veel groen en rust. Met het zonnetje erbij was het heerlijk wandelen. Het zijn van die dagen waarop je merkt hoe fijn het is om gewoon buiten te zijn en kilometers te maken. Tijdens mijn stop in Soesterberg besloot ik mijn telefoon even uit te zetten en gewoon te genieten van de avond. Die werd uiteindelijk nog gezelliger dan verwacht toen ik in gesprek raakte met een groep Belgen. Het werd een lange en vooral gezellige avond. De volgende dag voelde ik dat wel een beetje in mijn benen, maar het was het absoluut waard.
Tijdens de wandeling kwam ik ook door Kerckebosch. Daar staat een bijzonder kunstwerk van een feniks die uit zijn as herrijst. Die symboliek sprak me enorm aan. Niet dat ik letterlijk uit het as herrijs, maar deze reis voelt voor mij wel als een nieuw begin. Een moment om opnieuw naar mijn leven, mijn keuzes en mijn geloof te kijken. Daarbij moest ik denken aan Johannes 3, het gesprek tussen Jezus en Nicodemus over opnieuw geboren worden. Niet lichamelijk, maar geestelijk. Het zijn van die momenten waarop een plek ineens meer betekenis krijgt.
Aan het einde van die dag kreeg ik ook nog bezoek van mijn broer en schoonzus. We hebben samen gegeten en gesproken over de reis. Zulke momenten zijn bijzonder, juist omdat je daarna weer afscheid neemt. En dit keer was dat afscheid ook echt voor langere tijd.

De lange afstand
De dagen daarna brachten mij verder richting Vianen. Een stevige etappe van bijna achttien kilometer. Het begin van die route liep nog wat langs industrie en wegen, maar daarna werd het gelukkig weer groener. Onderweg kwam ik verschillende dingen tegen die zo’n wandeldag net wat leuker maken: een veld vol eenden, een Romeinse wachttoren en natuurlijk verschillende mensen met wie je even een praatje maakt. Zo ontmoette ik onder andere Pieter en Regina. Zulke ontmoetingen geven altijd weer nieuwe energie en een glimlach.

Nieuwegein zelf vond ik eerlijk gezegd niet zo heel interessant om doorheen te lopen. Het was vooral een lang en recht stuk langs de weg. Gelukkig werd het daarna weer snel groener en rustiger.
Vanuit Vianen liep ik uiteindelijk richting Leerdam. In het begin liep de route nog langs wat industrie, maar al snel veranderde dat weer in open landschap met boerderijen, weilanden, koeien, schapen en ontzettend veel eenden. Echt overal. Halverwege stopte ik bij Eetcafé ’t Trefpunt in Hei- en Boeicop. Een klein en gezellig café waar ik een tosti bestelde die precies op het juiste moment kwam. Met nieuwe energie kon ik daarna de laatste kilometers richting Leerdam lopen.
Toen ik in Leerdam aankwam sprak een oudere dame mij aan. Haar dochters hadden ooit ook de Camino gelopen. Na een kort gesprek wenste ze me veel plezier en succes tijdens de reis. Het zijn vaak juist die kleine ontmoetingen die een pelgrimstocht bijzonder maken.
Ritme en mentale strijd
Na drie weken pelgrimeren begin ik ondertussen langzaam in een ritme te komen. Mijn lichaam moet nog steeds wennen aan het dagelijkse lopen, maar ik merk dat het zich steeds beter aanpast aan de kilometers. Sommige dagen gaan verrassend goed, andere dagen zijn een strijd. Vooral in mijn hoofd. Want het zwaarste van pelgrimeren zit vaak niet in de benen, maar in de gedachten die je onderweg hebt. Tegelijkertijd brengt de stilte ook iets moois. Je gaat met jezelf in gesprek en leert dat je met veel minder toe kunt dan je gewend bent.
Ook mijn geloof kende vorige week een moment van afstand. Ik bad minder, ik las de Bijbel niet en had het gevoel dat ik alleen liep. Niet dat ik niet meer geloofde in Jezus, daar twijfel ik niet aan. Maar het gevoel van nabijheid dat ik soms ervaar in het dagelijks leven was er nu even minder. Misschien hoort dat ook wel bij de reis. Misschien is geloof niet alleen vertrouwen wanneer je het voelt, maar juist vertrouwen wanneer je het niet voelt.
De afgelopen dagen heb ik weer meer gebeden, meer gelezen in de Bijbel en simpelweg geprobeerd te luisteren. De ruis in mijn hoofd wat uitgezet en gewoon genoten van de reis en de natuur om mij heen. En ergens voelt het weer alsof ik samen met Hem loop.
Eén ding heb ik deze week in ieder geval opnieuw geleerd: pelgrimeren draait uiteindelijk maar om één ding. De volgende stap zetten. Niet denken aan de honderden kilometers die nog komen. Niet denken aan Frankrijk, Spanje of Portugal. Alleen de volgende kilometer. De volgende bocht. De volgende stad of het volgende dorp. Want als je daar bent, valt de rest weer op zijn plek.
En zo kom ik verder. Dag in dag uit.
Stap voor stap.